Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0768

Datum uitspraak2008-09-11
Datum gepubliceerd2008-09-15
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Dordrecht
Zaaknummers218154 HA VERZ 08-204
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton


Indicatie

Voorwaardelijk ontbindingsverzoek. Niet gebleken is dat werkneemster aan een patiënt van werkgeefster 10 minuten zorg heeft verleend in plaats van 45 minuten. Tevens is onvoldoende gebleken dat werkneemster de patiënt niet heeft gedoucht. Werkgeefster is er te eenzijdig van uit gegaan dat het verhaal van werkneemster niet op waarheid berustte. Derhalve geen dringende reden. Wel sprake van verandering in de omstandigheden nu werkgeefster heeft aangegeven geen vertrouwen meer in werkneemster te hebben. Reden voor ontbindingsvergoeding.


Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT Sector kanton Locatie Gorinchem kenmerk: 218154 HA VERZ 08-204 beschikking van de kantonrechter te Gorinchem van 11 september 2008 inzake het voorwaardelijke verzoek van: de rechtspersoonlijkheid bezittende stichting Stichting Rivas Zorggroep, gevestigd en kantoorhoudende te Gorinchem, verzoekster, gemachtigde: mr. R.G. Degenaar, advocaat te Gorinchem, tegen: [naam], wonende te [adres], verweerster, gemachtigde: mr. S. Kara, advocaat te Hendrik-Ido-Ambacht. Partijen worden hierna aangeduid met Rivas en [verweerster]. Verloop van de procedure De kantonrechter beslist op de volgende processtukken: 1. het verzoekschrift dat ter griffie is binnengekomen op 14 juli 2008; 2. het verweerschrift; 3. de aantekeningen van de griffier van de gehouden zitting; 4. de pleitaantekeningen aan de zijde van Rivas; 5. de door partijen overgelegde producties. De behandeling van het verzoekschrift is bepaald op 28 augustus 2008. Partijen zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigden. De gemachtigden van partijen hebben gepersisteerd bij het in het verzoekschrift en verweerschrift gestelde en hebben hun standpunten nog mondeling nader toegelicht. Omschrijving van het verzoek 1. De feiten 1.1 Als gesteld door de ene partij en niet of onvoldoende mate weersproken door de andere partij, staat tussen partijen het volgende vast. 1.2 [verweerster], geboren op [datum], is vanaf 1 november 2007 voor bepaalde tijd tot 1 november 2008 bij Rivas in dienst getreden in de functie van verzorgende, niveau 2, voor een laatstverdiend salaris van € 706,85 bruto per maand, vermeerderd met vakantietoeslag. 1.3 Op 2 mei 2008 heeft [verweerster] om 8.30 uur naar Rivas gebeld met de mededeling dat zij de heer [naam cliënt] (hierna: [cliënt]), zijnde een 85-jarige cliënt van Rivas, had bezocht en dat [cliënt] haar er ten onrechte van beschuldigde dat zij hem niet had gedoucht. 1.4 [cliënt] heeft vervolgens op 2 mei 2008 rond 10.00 uur naar Rivas gebeld met de mededeling dat [verweerster] ten onrechte in het zorgdossier heeft genoteerd dat zij 45 minuten zorg verleend had omdat zij 10 minuten binnen is geweest en dat hij niet is gedoucht. 1.5 Naar aanleiding van de klacht van [cliënt] hebben mevrouw [naam] en mevrouw [naam] (hierna: medewerkers Rivas), beiden werkzaam bij Rivas, de situatie ter plaatse bekeken en zij hebben aangegeven dat volgens hen [cliënt] niet gedoucht was. In het door [medewerker Rivas] opgemaakte verslag is opgenomen: “(…) Op de stoel lag schone onderkleding en schone sokken. Er waren twee washandjes nat, maar er zat geen geur aan van douche gel. De doucheruimte / voegen waren droog, alleen was het rond het putje een beetje nat! Met de douchekop geschud: er kwam geen druppel water uit. Aan de heer zijn haar gevoeld / geroken. Dit was echt niet gewassen. Aan de fles douche gel en aan de fles shampoo was niet te zien dat zij gebruikt waren. Rond de opening helemaal opgedroogd. (…)” In het door [medewerker Rivas] opgemaakte verslag is opgenomen: “(…) Schone kleding lag nog op krukje Tegels van zowel muren als vloer droog ook de voegen. Badstoel droog Badschuim zat bij opening wat ingedroogd badschuim, fles en sluiting verder droog. Shampoo sluiting droog ook de fles. Op planchet geen natte kringen van terugzetten flessen na gebruik. Wel wat natte washandjes en klamme handdoeken. (…)” 1.6 Bij brief van 2 mei 2008 heeft Rivas aan [verweerster] medegedeeld dat zij vanwege de ontstane situatie is geschorst en heeft Rivas [verweerster] uitgenodigd voor een gesprek op 6 mei 2008. 1.7 Op 6 mei 2008 heeft Rivas een gesprek met [verweerster] gevoerd en [verweerster] aan het eind van het gesprek op staande voet ontslagen. 1.8 Bij brief van 6 mei 2008 heeft Rivas het ontslag op staande voet aan [verweerster] bevestigd en daarbij medegedeeld dat [verweerster] op 2 mei 2008 gefraudeerd heeft door bij [cliënt] 45 minuten te rapporteren, terwijl zij slechts 10 minuten zorg heeft verleend en dat [cliënt] niet is gedoucht. 1.9 Bij brief van 9 mei 2008 heeft de gemachtigde van [verweerster] de nietigheid van het ontslag ingeroepen en aangegeven dat [verweerster] zich beschikbaar houdt om op eerste afroep te komen werken alsmede dat [verweerster] aanspraak maakt op volledige doorbetaling van het salaris. 2. Het verzoek 2.1 Rivas verzoekt de kantonrechter, voorwaardelijk, voor het geval de arbeidsovereenkomst tussen partijen nog zou voortduren, de arbeidsovereenkomst tussen partijen vanwege gewichtige redenen, veranderingen in de omstandigheden, te ontbinden per datum van behandeling van het verzoekschrift, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum, kosten rechtens. 2.2 Rivas stelt in dit verband, samengevat en voor zover thans van belang, het volgende. De klacht van [cliënt] stemt overeen met de verklaringen van [medewerkers Rivas]. [medewerkers Rivas] hebben namelijk gedetailleerd vastgesteld dat [cliënt] op 2 mei 2008 niet gedoucht is. Daarnaast is [verweerster] op 2 mei 2008 pas rond 7.30 uur begonnen met haar werk, zodat het onmogelijk is om binnen een tijdsbestek van 2,5 uur vijf cliënten te bezoeken en de aan [cliënt] beweerde zorg van 45 minuten te verlenen. Rivas heeft de klacht op 2 mei 2008 en 6 mei 2008 met [verweerster] besproken en heeft om een verslag van de gang van zaken van 2 mei 2008 gevraagd. Rivas heeft echter geen verslag van [verweerster] ontvangen. Op grond van het voorgaande is de arbeidsovereenkomst door het gegeven ontslag op staande voet op regelmatige wijze geëindigd. Rivas heeft er echter belang bij om de kantonrechter voorwaardelijk te verzoeken om de arbeidsovereenkomst te ontbinden vanwege gewichtige redenen, veranderingen in de omstandigheden. Rivas heeft ook geen vertrouwen meer in [verweerster], zodat verdere vruchtbare samenwerking onmogelijk is geworden. Voor toekenning van enige beëindigingsvergoeding is geen plaats omdat de oorzaak volledig, althans in overwegende mate, aan de zijde van [verweerster] ligt. Het gaat niet alleen om de gang van zaken van 2 mei 2008, maar ook om vergelijkbare voorvallen van voordien. 3. Het verweer 3.1 [verweerster] voert verweer en stelt, samengevat en voor zover van belang, het volgende. [verweerster] heeft aan [cliënt] de zorg verleend die zij aan Rivas heeft gerapporteerd en [verweerster] betwist dat zij [cliënt] niet zou hebben gedoucht. [verweerster] is dan ook ten onrechte op staande voet ontslagen. Rivas heeft ook niet de moeite genomen om naar het verhaal van [verweerster] te luisteren. Aan de verklaringen van [medewerkers Rivas] zou weinig/ geen belang moeten worden gehecht, nu zij in dienst van Rivas zijn en opeens van mening zijn dat [verweerster] niet goed functioneert. [verweerster] is op 2 mei 2008 om 7.00 uur met haar werk begonnen en de cliënten die zij heeft bezocht waren op een loopafstand van 2 a 3 minuten goed te bereiken. [verweerster] heeft wel goed gefunctioneerd en zij wil graag haar werkzaamheden bij Rivas continueren. [verweerster] verzoekt dan ook primair om afwijzing van het ontbindingsverzoek. Subsidiair verzoekt [verweerster] bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst ten laste van Rivas een vergoeding toe te kennen van € 4.580,46, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2008 tot de dag der algehele voldoening, alsmede de rechtens verschuldigde buitengerechtelijke kosten. Beoordeling van het geschil 4. De kantonrechter heeft zich er van vergewist of het verzoek verband houdt met het bestaan van een opzegverbod. Daarvan is niet gebleken. 5. Dat [verweerster] [cliënt] 10 minuten zorg zou hebben verleend in plaats van 45 minuten heeft Rivas alleen op grond van een betwiste terugrekening vastgesteld. [verweerster] heeft immers aangegeven dat zij op 2 mei 2008 om 7.00 uur was begonnen in plaats van 7.30 uur. Voorts is door [cliënt] geen verklaring gegeven over het tijdstip waarop [verweerster] bij hem met de werkzaamheden is aangevangen. Niet is gebleken dat [verweerster] later dan 7.00 uur is begonnen. [medewerker Rivas] heeft dit niet kunnen waarnemen, nu zij pas om 10.00 uur met haar werk is begonnen. De door Rivas gehanteerde terugrekening kan dan ook niet tot de conclusie leiden dat [verweerster] enkel 10 minuten zorg aan [cliënt] heeft verleend. 6. Verder stelt Rivas zich op het standpunt dat [verweerster] niet de vereiste zorg aan [cliënt] heeft verleend, door hem niet te douchen. De enkele klacht van [cliënt] is daartoe echter onvoldoende. Van deze klacht is verder ook niets door of namens [cliënt] op papier gesteld. Het onderzoek dat [medewerkers Rivas] enige uren na het gestelde douchen hebben gedaan, kan de toets der kritiek niet doorstaan en is onvoldoende voor de conclusie dat [verweerster] [cliënt] niet heeft gedoucht. Immers, vergelijkingsmateriaal over de tijdsduur die benodigd is voor een douche droog is ontbreekt. De overige gegevens zijn onvoldoende objectief van aard om daar conclusies aan te verbinden. Het had meer voor de hand gelegen om [cliënt] en [verweerster] in het bijzijn van een leidinggevende van Rivas bij elkaar te brengen en zo te pogen om de waarheid aan het licht te brengen. Te meer nu [verweerster] al voor indiening van de klacht naar Rivas had gebeld om de volgens haar onterechte beschuldiging te melden. Rivas heeft dit niet gedaan en is er te eenzijdig van uit gegaan dat het verhaal van [verweerster] niet op waarheid berustte. Op grond van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat er onvoldoende reden is voor een ontslag op staande voet. Derhalve is er geen sprake van een dringende reden, zodat de primaire grondslag niet tot toewijzing van het verzoek kan leiden. 7. De door Rivas gestelde subsidiaire grondslag, te weten verandering in de omstandigheden daarentegen, dient wel tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst te leiden, indien die arbeidsovereenkomst nog bestaat. Rivas geeft immers aan geen vertrouwen meer in [verweerster] te hebben. Voorts heeft [verweerster] niet weersproken dat er eerdere voorvallen hebben plaatsgevonden. Evenwel geeft dit aanleiding tot toekenning van een vergoeding. Immers, de situatie van het ontslag op staande voet en de eenzijdige werkwijze van Rivas, heeft bijgedragen aan verstoring van de arbeidsrelatie en dient voor rekening en risico van de werkgever te komen. Het voorgaande leidt ertoe dat de kantonrechter een vergoeding van € 800,-- bruto redelijk en billijk acht. Hierbij heeft de kantonrechter de kansen van [verweerster] op de arbeidsmarkt gelet op haar leeftijd, opleiding en ervaring meegewogen. 8. Het netto-equivalent van voormelde vergoeding dient ineens ter vrije beschikking van [verweerster] te komen. 9. Aan Rivas wordt de mogelijkheid geboden om het verzoek in te trekken nu aan de ontbinding een vergoeding wordt verbonden. Beslissing de kantonrechter: voorwaardelijk, voor zover mocht blijken dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen thans nog voortduurt: stelt partijen in kennis van het voornemen de arbeidsovereenkomst van partijen te ontbinden, waarbij aan [verweerster] een vergoeding ten laste van Rivas wordt toegekend; stelt Rivas in de gelegenheid tot en met 25 september 2008 het verzoek in te trekken. In het geval Rivas van deze bevoegdheid gebruik maakt: veroordeelt Rivas in de proceskosten, in deze procedure aan de zijde van [verweerster] gevallen, welke kosten tot op deze beslissing zijn bepaald op € 500,-- voor salaris van de gemachtigde van [verweerster]. In het geval Rivas van deze bevoegdheid geen gebruik maakt: ontbindt de overeenkomst van partijen met ingang van 1 oktober 2008; kent aan [verweerster] ten laste van Rivas een vergoeding toe van € 800,-- bruto; verstaat dat het netto-equivalent van voormeld brutobedrag uiterlijk binnen twee weken na opgemelde ontbindingsdatum moet zijn voldaan; compenseert de kosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. Deze beslissing is gewezen door mr. B.C. Vink, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 september 2008, in aanwezigheid van de griffier.